Een trouwambtenaar van de gemeente Nijmegen is op staande voet ontslagen nadat zij in de media kritiek heeft geuit op het coronabeleid van de gemeente. Volgens de gemeente is sprake van “zeer ernstig plichtsverzuim” en levert dat een dringende reden op. De ambtenaar beschouwt zichzelf als klokkenluider en verzoekt om vernietiging van het ontslag op staande voet. Hoe luidt het oordeel van de kantonrechter?

 

Feiten

Binnen de gemeente Nijmegen geldt als een van de coronamaatregelen dat huwelijksvoltrekkingen met maximaal 30 aanwezigen zijn toegestaan. Daarmee houdt de gemeente zich aan de landelijke richtlijnen. Een trouwambtenaar van de gemeente vond deze maatregel echter onverantwoord. Hierover stuurt de ambtenaar een e-mail aan de burgemeester. Daarna zet zij drie berichten op Facebook, waarin zij ook haar zorgen over de maatregel uit. Naar aanleiding van de berichten op Facebook neemt een journalist van de lokale krant contact met haar op en verschijnt er een krantenartikel waarin de trouwambtenaar opnieuw kritiek op de coronamaatregel uit.

Diezelfde dag nodigt de gemeente de trouwambtenaar uit voor een gesprek en wordt zij op staande voet ontslagen.

 

Verzoek van de ambtenaar

De ambtenaar verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen. In de eerste plaats betwist de werkneemster dat ze ambtenaar is. Daarnaast stelt zij dat het (publiekelijk) aan de orde stellen van een ‘misstand’ geen dringende reden voor een ontslag oplevert. Zij zou gezien kunnen worden als een klokkenluider en heeft eerst bij haar leidinggevende aan de bel getrokken. Verder vindt de ambtenaar het ontslag op staande voet buitenproportioneel.

 

Verweer van de gemeente Nijmegen

De gemeente acht het ontslag op staande voet de enige passende maatregel. Volgens de gemeente is de trouwambtenaar werkzaam in een functie waarin zij voor velen het gezicht van de gemeente is. Van haar mag dan ook worden verwacht dat zij het beleid van de gemeente uitvoert en uitdraagt. Juist in tijden van crisis moet een overheid eenduidig communiceren en optreden. In het gesprek met de ambtenaar heeft de ambtenaar geen begrip getoond voor de verhoudingen en ook niet laten zien dat zij inziet wat de gevolgen van haar gedrag zijn. Door het beleid van de gemeente publiekelijk in plaats van intern ter discussie te stellen heeft de ambtenaar zich niet als goed ambtenaar gedragen. Dat levert zeer ernstig plichtsverzuim op.

 

Kantonrechter: werkneemster is wel een ambtenaar

Volgens de kantonrechter betwist de werkneemster ten onrechte dat zij geen ambtenaar is. Zij is in 2016 aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn. Haar aanstelling is per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet naar een arbeidsovereenkomst. Dat partijen (nog) geen overeenstemming hebben bereikt over (de inhoud van) de schriftelijk arbeidsovereenkomst, maakt niet dat zij geen ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 (AW) is.

 

Goed ambtenaarschap en de vrijheid van meningsuiting

Volgens de kantonrechter heeft de ambtenaar zich niet als goed ambtenaar gedragen (artikel 6 AW). Ook heeft de ambtenaar de verplichting geschonden om zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien bij openbaring de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met haar functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd (artikel 10 lid 1 AW).

Een ambtenaar die bedenkingen heeft over het gemeentebeleid dient die bedenkingen intern aan te kaarten. Dat volgt ook uit de gedragscode en het personeelshandboek van de gemeente Nijmegen. Zelfs als sprake zou zijn van een vermoeden van een misstand, moet dit op grond van de binnen de gemeente geldende integriteitsregeling eerst intern worden gemeld. Dat de werkneemster niet heeft ingestemd met de toepasselijkheid van de Gedragscode en daarmee ook niet bekend was doet hier volgens de kantonrechter niet aan af. Volgens de kantonrechter had de werkneemster kunnen en moeten weten dat de gemeente als overheidswerkgever dient zorg te dragen voor een gedragscode en dat zij zich daaraan dient te houden (zo volgt uit artikel 4 lid 3 AW).

De werkneemster heeft zich volgens de kantonrechter met scherpe bewoordingen uitgelaten over het beleid. Door openlijk het beleid in twijfel te trekken en zelfs absurd te noemen, heeft zij ook afbreuk gedaan aan het vertrouwen van burgers in het gemeentelijk beleid en de welwillendheid om het op te volgen. Juist in tijden van crisis, zoals in de eerste periode van de corona-uitbraak, is het voor een goede functionering van de openbare dienst van groot belang dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het draagvlak voor het beleid, aldus de kantonrechter. Dat werkneemster niet heeft opgeroepen om het beleid te versoepelen, maar dat zij juist een strenger beleid voorstond, doet daar volgens de kantonrechter onvoldoende aan af omdat in beide gevallen de discussie kan leiden tot verminderd draagvlak met alle gevolgen van dien.

Volgens de kantonrechter heeft de werkneemster zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en levert dat een dringende reden voor ontslag op staande voet op.

Was de werkneemster beter af geweest bij de ambtenarenrechter?

Dat vraag ik me af. Er is inderdaad rechtspraak van de ambtenarenrechter te vinden waarin een ambtenaar die zich kritisch uitliet over het beleid weg kwam met een schriftelijke berisping. Dat gold bijvoorbeeld voor de ambtenaar die zich in de media laatdunkend en beschadigend had uitgelaten over een wethouder van de gemeente. Deze ambtenaar had volgens de Raad de goede vervulling van de hem opgedragen adviesfunctie praktisch onmogelijk gemaakt (CRvB 28 juli 2004, TAR 2005/157). Ook de hoge gemeenteambtenaar die zijn persoonlijke mening gaf over een onderwerp waarover nog besluitvorming moest plaatsvinden (CRvB 7 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY5603) kreeg een schriftelijke berisping. De ambtenaar die een boek uitbracht waarin hij het functioneren van het provinciale bestuur en zijn leidinggevende heeft neergezet als niet integer, onbetrouwbaar en onbekwaam – hetgeen een stuk verder gaat dan wat de werkneemster van de gemeente Nijmegen heeft gedaan – kreeg wel de straf van disciplinair ontslag opgelegd (CRVB 7 januari 2010, TAR 2010/59). Tegelijkertijd geldt wel dat het in deze zaak gaat om een ambtenaar die kritiek had op het beleid op het hoogtepunt van de coronacrisis. Aan die omstandigheid kent de kantonrechter (mijns inziens terecht) ook veel belang toe. Ik kan mij dan ook voorstellen dat deze ambtenaar ook bij de ambtenarenrechter niet met een enkele schriftelijke berisping was weggekomen.

Bron: Rb Gelderland 17 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3599